De minnaar van de keizerin

Op het Ionische eiland Korfoe laat keizerin Elisabeth van Oostenrijk een villa bouwen in klassieke stijl: "Dit is mijn asiel, hier trek ik mij terug uit de wereld." Zij noemt haar droompaleisje 'Achilleion', naar haar grote held Achilles. Na haar gewelddadige dood koopt de Duitse keizer Wilhelm II het kleinood om er zijn eigen visie op Achilles mee te geven.

Michel Didier 2000

Elisabeth van Beieren, keizerin van Oostenrijk (1837-1898) groeit op op het Beierse slot Possenhofen als 'Sisi'. Ze is een Wittelsbach, dochter van hertog Maximiliaan en koningsdochter Ludovika. Haar sprookjeshuwelijk met de Oostenrijkse keizer Franz Josef is breeduit behandeld in de befaamde films met Romy Schneider, abusievelijk als 'Sissi' gespeld. Het al snel erg slechte huwelijk en haar verzet tegen de strakke hofetiquette resulteren in boulimie, een hongeroedeem en andere lichamelijke kwalen, die haar tot op haar zestigste een droomfiguur geven, maar haar ook op de rand van de dood brengen.
Op aandringen van haar arts verblijft Elisabeth verblijft in 1861 voor het eerst op Korfoe, een Grieks eiland onder Brits bestuur. Ze neemt haar intrek in 'Mon Repos', de zomerresidentie van de Britse commissaris. De in 1831 in Dorische (Oudgriekse) stijl gebouwde villa, omringd door cipressen, roept de atmosfeer op van de oudheid, zoals ze die kent uit de Griekse mythologie. Ook Korfoe speelt een rol in die mythologie: naar men in die tijd aanneemt, heeft Homerus' held Odysseus hier ooit schipbreuk geleden en is hij als enige overlevende aan land gespoeld. Daar ontmoet hij de plaatselijke koningsdochter Nausikaä, die juist met haar hofdames naar het strand gaat. Odysseus springt als een potloodventer naakt uit de bosjes en knielt aan de juiste voeten voor hulp. Gekleed, gevoed en gelaafd houdt hij aan het banket in het paleis van de koning der Phaiaken zijn ogen niet droog als een minstreel verhaalt van de helden voor Troje.
Voor de kust van Korfoe, door Homerus Scheria genoemd, steekt nog altijd een rotspartij boven water waarvan wordt gezegd dat het het schip is waarmee Odysseus door de Phaiaken naar huis is gebracht. Homerus schrijft dat Poseidon zeer vertoornd was over het veilige heenkomen van de held: "Hij was zo woest dat hij het schip van de Phaiaken, waarmee Odysseus veilig thuis was gebracht, veranderde in een steenklomp." Heel toepasselijk wordt de rots 'het stenen schip' genoemd. In het Achilleion hangt een schilderij van de ontmoeting op het strand.
Elisabeth komt volkomen tot rust in Mon repos. Ze zwemt, leest, schrijft en speelt met haar honden. Franz Josef stuurt de ene gezant na de andere om een dreigende echtscheiding af te wenden: zijn adjudant graaf Grünne, haar zuster Nené (Helene) en uiteindelijk hijzelf. Inmiddels is ze echter in staat de grootste druk te weerstaan en geeft ze te kennen niet meer naar Wenen terug te willen keren. Ze eist in Venetië te kunnen wonen - met de kinderen. Franz Josef geeft deemoedig toe. Vier jaar later zal ze middels een ultimatum de totale vrijheid van het Weense hof en de etiquette bedingen.
Drie jaar na Elisabeths eerste verblijf op Korfoe overhandigen de Britten het eiland aan Griekenland, omdat de Grieken als nieuwe koning prins Wilhelm van Denemarken nemen. Dat was de Engelse voorwaarde voor overdracht van de Ionische eilanden. Corfu wordt Kerkira en Mon Repos een buitenverblijf van de Griekse koninklijke familie. Hier wordt in 1921 Prins Philip, de latere Hertog van Edinburgh, prins-gemaal van Engeland, geboren.


Achilleion

Vele jaren later, als Elisabeth zich geheel en al heeft teruggetrokken uit het openbare leven, geeft ze de Oostenrijkse consul op Korfoe, Alexander von Warsberg, de opdracht een geschikte locatie te zoeken voor een droompaleis. Inmiddels zijn veel van de mensen die haar na staan op gruwelijke wijze overleden. Haar zwager Maximiliaan is, na een paar jaar keizer van Mexico te zijn geweest, door opstandelingen geëxecuteerd. Haar neef Ludwig II van Beieren is verdronken in de Starnberger See. Haar zoon Rudolf heeft zich in Mayerling van het leven beroofd met zijn maîtresse Mary Vetsera. Franz Josef weet ze in de armen van zijn vriendin Katharina Schratt. Ze trekt zich terug in een klassieke, mediterrane droomwereld waarin mannen oprechte helden zijn, heroïsche naakt rondlopen en de tranen vrijelijk laten stromen.
Alexander von Warsberg is niet de eerste de beste. Hij is bekend als semi-wetenschappelijk reisleider die 'Odysseische Landschaften' heeft geschreven. In 1885 heeft hij Elisabeth vergezeld op een reis door Griekenland. Nu stelt hij haar de plek voor van de Venetiaanse villa waar zij eerder in verbleef. Die moet weliswaar worden afgebroken, maar dan heeft ze ook het heerlijkste uitzicht van het hele eiland. Warsberg sterft echter een jaar later en diens opvolger, Alexander von Bucovich, schakelt de Napolitaanse architect Rafaele Carito in (Elisabeths zuster Marie was koningin van Napels geweest). Hij moet de wensen van de keizerin vervullen: "een paleis met zuilenhallen en hangende tuinen, beschut tegen ongewenste blikken - sprookjesachtig, hoogmoedig, heilig".
Elisabeth noemt het paleis naar haar lievelingsheld Achilles, 'omdat hij voor mij de Griekse ziel personifieert en de schoonheid van het landschap en de mensen. Ik houd ook van hem, omdat hij zo snelvoetig was. Hij was sterk en trots, verachtte alle koningen en tradities en vond de mensenmassa's maar nietig, goed om als korenhalmen doodgemaaid te worden. Hij achtte alleen zijn eigen wil heilig en leefde zijn eigen dromen, en zijn smart was hem waardevoller dan het hele leven.' Het is onmiskenbaar Elisabeths eigen hypochondrie en melancholie die ze beschrijft. Haar afkeer van hofetiquette en tradities, maar ook van de massa, projecteert ze op een Griekse held die ongetwijfeld verbaasd zou zijn geweest zich zo beschreven te weten.
Drie jaar na begin van de bouw is het Achilleion (Griekse uitspraak: Achíllion) in 1892 voltooid. Elisabeths enthousiasme is dan al erg bekoeld. Een jaar later zoekt ze al een koper voor het paleis, dat haar man 9 miljoen goudfranken heeft gekost. Van de keizerlijke familie heeft alleen dochter Gisela het paleis bezocht. Zij erft het dan ook na haar moeders dood in 1898 en verkoopt het aan het keizerlijke familiefonds.

Het paleis is in voornamelijk Griekse stijl gebouwd, maar de invloed die Pompeji en de Italiaanse Renaissance op de toenmalige bouwkunst uitoefenen, is aanzienlijk. Carito moet ook in gedachten hebben gehouden dat de Romeinse dichter Cicero op het eiland heeft verbleven. De verblindend witte villa steekt dramatisch af tegen de donkere cipressen en de wolkenloze lucht.
De ingang wordt geflankeerd door twee bronsreliëfs van Zeus strijdend met de Giganten en Achilles in zijn strijdwagen, beide van de Italiaanse beeldhouwer Caponetti. Het trappenhuis is onderdeel van de monumentale ingangshal, in Pompejaanse stijl gedecoreerd door Salvatore Postiglione. Dorische zuilen dragen een plafond met een enorme schildering van de Italiaan Galoppi (volgens andere bronnen van G. Samárzis van Korfoe), voorstellende de Vier Jaargetijden en de Tien Uren van de Dag. De bezoekers van het Achilleion moesten door donkere zalen lopen om tenslotte in de lichte hal de keizerin te aanschouwen. Zo leek ze een visioen, een verschijning uit een andere werkelijkheid, hoog verheven boven het gepeupel.
Rechts is een kleine kapel, druk beschilderd en van mozaïek en keramiekreliëfs voorzien. Elisabeth had de voor die tijd kenmerkende eclectische smaak voor volle interieurs in warme tinten. Op het schilderij boven het altaar, 'Maria als beschermvrouwe der zeevaarders' van Franz Matsch, is het keizerlijke schip 'Miramar' te zien, waarmee Elisabeth de Middellandse Zee bevoer.

Wilhelm II
De binnenruimten zijn, verrassend genoeg, over het algemeen kaal en sober. Nadat Gisela het paleis heeft verkocht, staat het jaren leeg. Na bemiddeling van de Griekse koning George kan Franz Josef het met zwaar verlies verkopen aan de Duitse keizer Wilhelm II. Het wordt het lenteverblijf van de Hohenzollerns tot de eerste wereldoorlog andere prioriteiten doet stellen. Wilhelm vervangt de zware meubels door lichtere en laat veel drukke versieringen wegschilderen. Aan de meubels is goed te zien welke van wie zijn: de donkere, bruine waren van Elisabeth, de witte met goudversiering van Wilhelm. Zijn meubels zijn overigens vervaardigd door de Berlijnse firma Prechtel, die ze gratis aflevert omdat ze hoopt dat de familie in de adelstand wordt verheven.
Op de tweede verdieping van het trappenhuis heeft Franz Matsch in 1892 de enorme schildering 'Sieg des Achill über Hektor von Troja' aangebracht. Matsch is een leerling van Hans Makart, de neobarokke historieschilder bij uitstek van het keizerrijk. Overal, in en om het paleis, worden Elisabeths personeel en bezoek geconfronteerd met Achilles. Het terras achter het paleis strekt zich uit tot bijna boven de zee. Daar, op het mooiste uitkijkpunt van het eiland, stelt Elisabeth haar grootste aanwinst op: een meterslang marmeren beeld van de stervende Achilles, die met van pijn vertrokken gelaat en lichaam een bovenmaatse pijl uit zijn enkel trekt. De Berlijnse beeldhouwer Ernst Herter dikt de hevige smart nog eens aan met marmeren tranen die de held over de wangen biggelen. Zoveel pathos spreekt de ontvankelijke keizerin aan als ze het beeld op een tentoonstelling in 1884 koopt. Oorspronkelijk staat het opgesteld in de Hermesvilla, haar Weense residentie, maar na voltooiing van het Achilleion mag daar de lijdende Achilles natuurlijk niet ontbreken.
In het poëtische dagboek dat ze schrijft op middelbare leeftijd, neemt het Achillesbeeld een belangrijker plaats in dan welke man van vlees en bloed dan ook. Ze treurt om de dood van de superheld, die de plaats van een minnaar inneemt in haar fantasiewereld.
Wilhelm II laat Elisabeths held vijftig meter richting villa verplaatsen, om ruimte te maken voor zijn eigen Achilles: met de 'Siegreichen Achill' van Johannes Götz uit 1907, een bronzen beeld van vijvenhalve meter op een evenzohoge sokkel, wisselt hij de sentimentele visie op de smachtende held in voor een militante variant met meer viriele kwaliteiten.
Wilhelm laat ook het monument voor Heinrich Heine vervangen door een beeld van Elisabeth. Sisi stouwt tuin en terrassen vol met classicistische sculpturen van vaak dubieuze kwaliteit, hoewel een van de drie Gratiën op het terras van Canova is. Ze laat er twee bijmaken. Tegen de lange zuilengalerij laat ze negen muzen plaatsen, onder het toeziend oog van hun leider Apollo, die op de korte zijde staat. Binnenin die galerij, haar eigen Stoa, staat een rij borstbeelden van Griekse schrijvers en filosofen opgesteld - allen Grieken, op Shakespeare na. De Engelse toneelschrijver was haar lievelingsdichter. Ze vergelijkt zichzelf met de elfenkoningin Titania uit de 'Midzomernachtsdroom', en haar echtgenoot met Bottom, de bespottelijke minnaar met de ezelskop. Haar echte minnaar is niet de elfenkoning Oberon, maar de tragische held Achilles, belichaming van alles wat zuiver, trots en mannelijk is, en die haar niet aanraakt of zelfs maar aankijkt.
Hoewel het Achilleion van alle gemakken is voorzien (het heeft de eerste elektriciteit van Korfoe: Elisabeth laat een kleine centrale aanleggen en 's avonds worden paleis en beelden verlicht, een teken dat de moderne tijd tenslotte naar de klassieke wereld is gekomen), heeft de keizerin er maar weinig vertoefd. Op haar rusteloze tochten door Europa wordt ze tenslotte in Genève vermoord door een Italiaanse anarchist. Met een vijl. Ze heeft een Amerikaanse miljonair gezocht als koper voor haar droompaleis, maar het wordt de Duitse keizer Wilhelm II ('Willy' voor intimi). Diens troon verdwijnt in de eerste wereldoorlog, die ook haar sporen nalaat in het Achilleion: het Franse leger vestigt er een hospitaal voor soldaten met de Spaanse griep. De Fransen verwijderen ook de schallende inscriptie op Wilhelms Achillesbeeld.
Tijdens de dictatuur van generaal Pángalos in 1925-26 wordt een groot deel van de inventaris verwoest en geplunderd. Vanaf 1962 dient het paleis als casino voor de rijken der aarde. Het verhaal gaat dat Aristoteles Onassis zijn naam niet in het gastenboek wil schrijven, omdat hij niet de eerste is en hij gewend is overal bovenaan te staan. Dus plakt men een vel papier als 'eerste pagina' voorin, waarop hij zich alsnog als 'eerste' kan inschrijven.
Nu is het dan een museum, dat de nagedachtenis koestert aan de keizerlijke eerste eigenaars: Sisi en Willy, belijders van respectievelijk de tragische en de soldateske Achilles. Ze delen alleen niet in gelijke mate in de onsterfelijke roem die de homerische held zich verwierf.

Literatuur
Klaus Gallas, Korfu. Das antike Kerkyra im Ionischen Meer, DuMont Kunst-Reiseführer, Keulen: DuMont, 1986
Martin Ros, Elisabeth. Leven en dood van Sisi, Soesterberg: Aspekt; Baarn: De Prom, 1999
Wim Ewals, Sisi. Opgejaagd door het noodlot, Utrecht: Bruna, 1998
Sarah Vermoolen, Korfoe, Haarlem: Gottmer, 1975


Origine 1, 2000