Lezingen 2017

Hieronder vindt u de lezingen op mijn repertoire. Als u een lezing wilt organiseren, kunt u die aanvragen via Tijd/Ruimte.

Design
Film en fotografie
Kunst en sport
Kunst en literatuur
Kunst en muziek
Kunst en erotiek
Kunst en esoterie
Kunst en exotiek
Kunst en mythologie
Kunst en eten drinken roken
Kunst en vorsten
Kunst en vrouwen
Licht kleur beweging
Kunst en geschiedenis
Oudheid
Middeleeuwen
Renaissance
Barok
Romantiek
Realisme Impressionisme
Symbolisme
Expressionisme kubisme futurisme
Constructivisme Surrealisme Magisch Realisme
Naoorlogs
bouwkunst en steden

Lezingen repertoire 10 Kunst en eten, drinken, roken

lezing eten, Man Ray
Man Ray, Pain peint, 1958

Eten en gegeten worden
Een hoogst originele excursie in het rijk van kunst en voedsel, van Romeinse mozaïeken tot geënsceneerde fotografie, via ‘ontbijtjes’, kookboeken van Toulouse-Lautrec en de Futuristen, Dalí’s Banket van een kannibaal, portretten van ontbijtgranen of chocola, pains peints en kunstwerken van kaviaar, yoghurt, salami of knäckebröd.

 

De wijn is een spotter. Over de kunst van het drinken
‘De wijn is een spotter’, indachtig de niet meer zo bekende spreuk uit Spreuken: ‘De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig: al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.’ Dionysos was de Griekse god van de vervoering; Nietzsche bejubelde het dionysische in de mens. Wijn haalde zowel het slechtste in de mens boven als het beste. Bacchus en Silenus…

In rook op
‘Dit leeven wat ist/als roock en mist?’ is de vermanende spreuk die menig zeventiende-eeuwse prent of schilderij betitelde. Net als veel andere genotsmiddelen was tabak overgewaaid uit Amerika en werd het met onmatigheid en leegheid geassocieerd. Bij Adriaen Brouwer worden rokende boeren, bij Jan Steen rokende kinderen als afschrikwekkend voorbeeld opgevoerd. Later werd roken een alledaagse gewoonte en splitsten pijp, sigaar en sigaret zich uit naar verschillende klassen: voor Van Gogh was de pijp een symbool van het oprechte boerenleven, voor Isaac Israëls van verfijnd stadsleven. Sigaretten werden met Turkse en Egyptische voorstellingen aan de man gebracht. Nog weer later werd de sigaret een teken van welvaart, van op Amerikaanse leest geschoeide vooruitgang.

Picasso, absintdrinker
Picasso

De Groene Fee
Waar is Toulouse-Lautrec aan overleden? Waarom ging Van Gogh weg uit Parijs? En sneed hij zijn oor af? Waarom schilderde Picasso in zijn Blauwe Periode al zijn vrienden achter een glas?
Het was de Groene Fee, ofwel absint, aanvankelijk het verslavingsmiddel van de lagere klassen (Daumier, Raffaelli, Manet en Degas gebruikten het als symbool voor de uitzichtloosheid van de massa), maar later het modedrankje van de bohème. Vele schrijvers en kunstenaars gebruikten het, Van Gogh, Gauguin en Lautrec in immense hoeveelheden, en sommigen overleden eraan. Na 1900 maakten de opgewekte art nouveau-affiches die absint aanprezen plaats voor affiches die waarschuwden tegen misbruik, alcoholisme en vergiftiging door absint. Uiteindelijk werd het verboden.
Boeiende lezing over absint in de kunst, met de nadruk op de boeiende periode dat de Groene Fee de scepter zwaaide in Parijs, Praag, New Orleans…

Thee of morfine
Opium, morfine, cocaïne… het waren bekende verslavingen in de negentiende eeuw, waar opvallend veel vrouwen onder gebukt gingen, als gevolg van het sociale keurslijf waarin ze gesloten was. De schijn van ontsnapping boden alleen thee en opium… Mannelijke kunstenaars beeldden vrijwel alleen verslaafde vrouwen uit. Morfine was zes keer zo sterk als opium en werd dus een zwaarder sociaal probleem.

hasjies lezing
Gaetano Previati – las fumadoras de hachis, 1887

Hasjies en marihuana
Van waterpijpdromen tot psychedelische affiches

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Lezingen repertoire 11 Kunst en vorsten

Joséphine, de creoolse keizerin
Marie-Josèphe -Rose Tascher de La Pagerie wordt in 1763 geboren op Martinique. Op 16-jarige leeftijd vertrekt ze naar Parijs voor een gearrangeerd huwelijk met Alexandre de Beauharnais. Zij ontsnapt ternauwernood aan de guillotine, hij echter niet. Ze wordt een societydame in de hoogste kringen. Dan ontmoet ze een ambitieuze generaal en Napoleon valt als een blok voor de oudere weduwe met twee kinderen.
Eenmaal keizerin van Frankrijk implementeert Joséphine de empirestijl in diverse paleizen, vooral in haar eigen Malmaison, waar ze een schitterende tuin bij aanlegt met exotische planten en dieren, waaronder kangoeroes, zebra’s en emoes. Dankzij de roofexpedities van het Franse leger kan ze een fraaie kunstcollectie van onder andere Hollandse meesters opbouwen. Omdat Joséphine geen kinderen meer kan krijgen, laat Napoleon zich van haar scheiden. Als afscheidscadeau krijgt ze een Sèvres-dessertservies in Egyptische stijl – een tweede exemplaar bevindt zich in de collectie van de Hermitage. Ze sterft aan longontsteking nadat ze voor Alexander haar dunste jurk heeft aangetrokken. Napoleons laatste woorden luiden ondanks alles: ‘France, l’armée, tête d’armée, Joséphine’

Vier koningen en drie koninginnen: Oranje en de kunsten
De zeven vorsten uit het huis Oranje tot dusver hebben de kunsten in verschillende mate en op uiteenlopende manieren bevoordeeld. Willem I liet paleizen bouwen en gebruikte kunst om van Nederland en België een eenheid te smeden. Willem II bouwde een privécollectie op die tot de beste van Europa werd gerekend, maar bouwde overal paleizen met tuinen, liet monumenten neerzetten en stimuleerde het kunstklimaat door opdrachten en aankopen. Willem III had meer met muziek, al liet hij een Kunstzaal inrichten op Het Loo en verzamelde koningin Sophie kunstenaars om zich heen, met name Andries Schelfhout. Wilhelmina schilderde zelf en was dik bevriend met hofportrettiste Thérèse Schwarze, Juliana met Rien Poortvliet die elk jaar een kerstgroet schilderde. Beatrix had les van diverse beeldhouwers en koos na haar troonsbestijging persoonlijk de kunstenaars die staatsieportretten, postzegels en munten moesten ontwerpen en Willem Alexander is vooral betrokken bij muziek, terwijl het omstreden staatsieportret aan een commissie is overgelaten.

Anna Paulowna
In 1816 kwam kroonprins Willem van Oranje met zijn Russische bruid naar Nederland en daarmee begon een stralend hofleven. Anna verzamelde kunst, net als Willem, en richtte vier kapellen in voor de orthodoxe eredienst met Russisch vaatwerk en de draagbare iconostase van haar broer, Alexander I. Na de dood van haar man, inmiddels koning Willem II, maakte ze van Soestdijk een museum te zijner ere.

Venster op het westen: Peter de Grote
Na een verbeten strijd om de macht vestigde Peter I zich voor 1700 als alleenheerser in Rusland, waardoor hij een grootscheepse vernieuwing van alle aspecten van het land door kon drijven. Daartoe wilde hij zich eerst in allerlei vaardigheden bekwamen, zoals scheepsbouw. Zo reisde hij voor zijn ‘Groot gezantschap’ naar de Nederlanden, waar hij werkte in Zaandam en Amsterdam, alvorens naar Engeland te vertrekken.
Tevens stichtte hij Sint-Petersburg, waar hij, ver van het kuipende en behoudende Moskou, de Russische staatsinrichting en kerkorganisatie kon moderniseren naar westers model middel een senaat en een synode, maar ook een universiteit en een Wunderkammer.

Schilderijen, snuifdozen en minnaars: de collecties van Catharina de Grote
Peter de Grote was weliswaar de eerste tsaar die een Rembrandt kocht, maar Catharina de Grote bracht de rest van de collectie van de Hermitage in. Haar agenten kochten Italiaanse, Duitse, Franse en Nederlandse verzamelingen op, maar behalve schilderijen bracht zij grote hoeveelheden munten, kunstvoorwerpen en mannen bijeen.

Vier eeuwen jaar Romanov: kunst en paleizen van de tsaren
In 1613 trad een nieuwe dynastie tsaren aan, die tot 1917 de Russische troon hebben bezet. Peter de Grote begon met een kunstverzameling waaraan vooral Catherina de Grote heeft bijgedragen. Nicolaas I maakte de Hermitage tot museum en voegde een enorme nieuwbouw toe, waar de Hollandse meesters een eigen zaal kregen. Aleksandr III stichtte het Russisch Museum. Legendarisch zijn ook de weelderige buitenverblijven van de tsaren, rond Sint-Petersburg en op de Krim.

Ouverture 1812: Napoleon en Rusland
In 1812 viel Napoleon het onmetelijke Rusland binnen met een ongekend groot leger van talloze nationaliteiten, waaronder zo’n 20.000 Nederlanders. Ondanks de verovering van Moskou was de mislukte veldtocht het begin van het einde. In Rusland werden vele kathedralen, monumenten en schilderingen aan de overwinning gewijd en Moskou werd wederopgebouwd in empirestijl. Tsjaikovskij componeerde zijn spektakelstuk Ouverture 1812 voor de inwijding van de Verlosserskathedraal in Moskou, gewijd aan de overwinning.
Een lezing vol schilderkunst, architectuur, muziek en beeldhouwkunst.

Othon I, de eerste koning van Griekenland
Na eeuwen zuchten onder Turkse heerschappij stonden de Grieken begin negentiende eeuw op in een gewapende strijd die al snel tot de romantische verbeelding van heel Europa sprak: de bakermat van de Europese beschaving kwam in opstand tegen de erfvijand van die zelfde beschaving. Schilders als Turner, Delacroix en Ary Scheffer mobiliseerden de publieke opinie met geschilderde aanklachten tegen de \Turkse wreedheden. Na internationale interventie bleek alras dat de Grieken onderling zwaar verdeeld waren, wat tot uitdrukking kwam in de moord op de eerste premier, waarna de grootmachten besloten een vorst aan te stellen die boven de partijen stond en dus uit het buitenland moest komen. Dat werd de Otto von Wittelsbach, tweede zoon van de Beierse koning Ludwig I, die hem een leger soldaten en een leger ambtenaren meegaf, onder wie architecten die van Athene een nieuwe hoofdstad in Neo-Helleense stijl moesten maken, wat heden ten dage nog goed is te zien. Maar ook in Beieren was Griekenland present in reeksen romantische landschapsschilderingen die Ludwig bestelde voor zijn paleis in München.

Lezingen repertoire 12 Kunst en vrouwen

kunstenaressen

Barbara Hepworth. Sculpture for a modern world
Na eeuwenlang achter de ontwikkelingen in de kunst te hebben aangelopen, kwamen na de Tweede Wereldoorlog de Engelse kunstenaars eindelijk langszij het Europese schip. Vooral in de beeldhouwkunst vond een ‘Engelse explosie’ plaats. Barbara Hepworth kwam daarbij naast Henry Moore bovendrijven, niet alleen omdat zij een vrouw was, maar vooral omdat zij vrijwel de enige beeldhouwster in Engeland was die puur abstract werkte. Zij ontwikkelde een ‘modern classicisme’: geïnspireerd op de kunst van de oudheid, maar ontegenzeggelijk twintigste-eeuws.

Vrouwen van het Surrealisme
Frida Kahlo is weliswaar overgewaardeerd, maar de werkelijke Surrealistes hebben nog altijd niet de erkenning gekregen die ze verdienen. Maak (opnieuw) kennis met Dorothea Tanning, Leonor Fini, Toyen, Meret Oppenheim, Remedios Varo, Lee Mullican, Unica Zürn, Leonora Carrington en Valentine Hugo.

Suzanne Valadon, de meesteres van Montmartre
De trapezeartieste Suzanne Valadon zag zich na een val gedwongen om model te staan voor schilders als Puvis de Chavannes, Renoir, Degas, Toulouse-Lautrec en Steinlen. Toen ze zelf begon te schilderen werd ze de eerste erkende kunstenares van Montmartre. Degas kocht haar werk. Erik Satie tekende haar op muziekpapier. Met de Catalaan Miguel Utrillo kreeg ze een zoon, die later beroemd werd als Maurice Utrillo, de schilder van Montmartre. Tot haar dood in 1838 schilderde ze en werd ze geschilderd door onder anderen Modigliani.

muzen

De Merveilleuses van het Directoire
Joséphine de Beauharnais, Madame Tallien, Juliette Récamier, Mademoiselle Lange, Fortunée Hamelin en Madame de Staël: een groep wilde wijven domineerde smaak en mode in Parijs na afloop van de Terreur in 1794. Zij introduceerden de ‘Griekse’ mode met hoge tailles en décolletés waar men u tegen zei. De op sandalen geïnspireerde schoenen met enkelbanden worden nog altijd ‘citoyennes’ genoemd. Behalve dat ze ook ’s winters in topless of bottomless mousseline jurken over straat gingen, dreven ze allemaal een salon die kunstenaars en schrijvers afliepen. David, Gros, Gérard, Girodet en Canova hebben deze ‘Merveilleuses’ geportretteerd.

De muzen van het Impressionisme
De Impressionistische schilders in Parijs gebruikten veelal elkaars echtgenotes en dochters als modellen, maar maakten ook gebruik van professionele modellen. Manet, Monet en Renoir deden de wonderlijkste dingen met hun vaste modellen. Berthe Morisot was schoonzuster en favoriet model van Manet, terwijl haar dochter weer een favoriete was van Renoir. En Monet ging er vandoor met de vrouw van de grote mecenas der Impressionisten Ernest Hoschedé. Alice Hoschedé werd behalve door Monet ook geschilderd door Carolus-Duran en John Singer Sargent.

De Grandes Horizontales: courtisanes en kunstenaars in Parijs
Courtisanes, cocottes, demi-mondaines – de luxe prostituees van negentiende-eeuws Parijs waren sterke, zelfstandige vrouwen die hun eigen wetten en prijzen stelden. Bankiers, hertogen, magnaten en koningen lieten maar wat graag fortuinen wegsmelten door hun favorieten te bedelven onder juwelen, kastelen, kunstcollecties en natuurlijk japonnen.
Een aantal van deze ambitieuze zakenvrouwen staat bekend als de Grandes Horizontales: mooie vrouwen met smaak, intelligentie, charme en esprit, die een salon hielden voor kunstenaars, politici en intellectuelen. Dit waren de dames met de camelia’s, de traviata’s.

Misia, muze van de Nabis
De Poolse pianiste Misia Godebska-Natanson-Sert poseerde veelvuldig voor Vuillard, Bonnard, Vallotton, Toulouse-Lautrec en Renoir, maar was later de drijvende kracht achter de Ballets Russes van Diaghilev, muze van Mallarmé, Proust, Caruso en Ravel en ontdekker van Jean Cocteau en Coco Chanel. Ze was achtereenvolgens gehuwd met de Nabi-mecenas Thadée Natanson, de steenrijke uitgever Alfred Edwards en de schilder José Luis Sert.

De muzen van Montparnasse
Kiki de Montparnasse, Maria Lani & Suzy Solidor waren de muzen van de Ecole de Paris in de jaren twintig. Zij waren er op uit om zich door zoveel mogelijk moderne kunstenaars te laten portretteren.

Muzen van het Surrealisme
De steenrijke Peggy Guggenheim legde een grote collectie avant-gardekunst aan met de nadruk op de surrealisten, met wie ze ook stevige banden onderhield; Max Ernst was een van haar echtgenoten. Gala Dalí, Lee Miller en Nusch Eluard waren de favoriete modellen van surrealisten als Salvador Dalí, Man Ray, Picasso en Dora Maar.
Man Ray, Constantin Brancusi en Oskar Kokoschka maakten in de jaren twintig portetten van de excentrieke rederij-erfgename (van de Cunard-lijn) die zich tooide met Afrikaans geïnspireerde sieraden en berucht werd door haar politieke stellingname.

Alma Mahler en de kunstenaars van Wenen 1900
Ze was ‘het mooiste meisje van Wenen’ toen ze trouwde met de beroemde dirigent Gustav Mahler. Maar ze ontpopte zich al snel als een ‘kunst-groupie’ die de muze wilde zijn voor alle vormen van kunst door affaires aan te knopen met schilders (Oskar Kokoschka), schrijvers (Franz Werfel), architecten (Walter Gropius) en musici (Alexander Zemlinsky). Ondanks haar felle antisemitisme steunde en enthousiasmeerde ze vooral Joodse kunstenaars als Arnold Schönberg, Ernst Krenek, Franz Werfel ruimhartig.

Luisa Casati, de wilde markiezin
Luisa Casati (1881-1957) was de spectaculaire kunstvamp van de Italiaanse en Franse beau-monde, die er een fortuin doorheen joeg. Zoals zovele beroemde vrouwen had ze een jarenlange verhouding met de schrijver Gabriele d’Annunzio, maar ook met de schilderes Romaine Brooks. Ze inviteerde de Ballets Russes en inspireerde de futuristen Filippo Tommaso Marinetti, Fortunato Depero en Umberto Boccioni en de schrijvers Tennessee Williams en Jack Kerouac, terwijl haar fameuze japonnen werden ontworpen door Léon Bakst, Paul Poiret, Mariano Fortuny en Erté. Ook hedendaagse ontwerpers als John Galliano, Yves Saint Laurent, Karl Lagerfeld, Steve McQueen, Omar Mansoor en Tom Ford laten zich nog steeds door haar inspireren. Kees van Dongen maakte talloze portretten van de vrouw die ‘een levend kunstwerk’ wilde zijn.
Een van Casati’s beste vrienden was graaf Robert de Montesquiou (1855-1921), die net als zij een hoofdrol vervult in Marcel Prousts A la recherche du temps perdu. Hij had grote invloed op de glaskunstenaar Émile Gallé, van wie hij veel werk bezat  en van wie hij honderden adoratiebrieven ontving. Hij was nauw bevriend met James McNeill Whistler, van wie hij veel excentrieke maniertjes overnam en die in 1892 zijn portret schilderde.

Josephine Baker en het zwarte tumult
Josephine Baker beheerste de ‘années folles’ in Parijs als geen ander. De levenslust en erotiek van haar ‘Revue nègre’ inspireerde zowel beeldend kunstenaars als architecten. Met haar kwamen jazz, blues en charleston in de mode in Europa, maar bloeide eveneens het primitivisme.

Lezingen repertoire 13 Licht, kleur, beweging etc

Lekker licht
Voor schilders, maar ook voor beeldhouwers is het een uitdaging om licht weer te geven in hun werk. Dat kan door waarneming of door wetenschappelijke analyse op een werkelijkheidsgetrouwe manier, maar ook op een subjectieve manier, als de kunstenaar iets met het licht wil uitdrukken of aangeven, bijvoorbeeld ‘goddelijk licht’. Er is heel wat geëxperimenteerd en geploeterd om achter de aard van het licht te komen (deeltjes of golven?), om de temperatuur van het licht te bepalen (natuurlijk versus kunstlicht) en vooral de veranderingen in het licht: reflecties van de hemel op het landschap (blauwer naar de einder toe) en buiging van het licht (door de warmte van de aarde). De lezing beantwoordt prangende vragen als: heeft iemand ooit het Noorderlicht naar de werkelijkheid geschilderd? en Sinds wanneer wordt de nacht blauw weergegeven?

De kracht van kleur
Lezing over de ontwikkeling van het denken over en het gebruik van kleur in de schilderkunst vanaf de Romantiek, als de verftube wordt uitgevonden en de ene kleur na de andere chemisch gefabriceerd wordt.

Tijd en beweging: de dans in de avant-garde-kunst
Sinds Einstein in zijn ‘speciale relativiteitstheorie’ suggereerde dat de vierde dimensie wel eens die van de tijd zou kunnen zijn, deden kunstenaars verwoede pogingen om het element ‘tijd’ in hun beelden en schilderijen te verwerken. Daarbij grepen ze meteen naar muziek en dans als kunsten die zich in de tijd afspelen, maar muziek bleek heel wat minder makkelijk zichtbaar te maken dan dans.

Josephine Baker en het zwarte tumult
Josephine Baker beheerste de ‘années folles’ in Parijs als geen ander. De levenslust en erotiek van haar ‘Revue nègre’ inspireerde zowel beeldend kunstenaars als architecten. Met haar kwamen jazz, blues en charleston in de mode in Europa, maar bloeide eveneens het primitivisme.

De levende arabesk: dans in de moderne kunst
De jaren rond 1900 moeten erg bewegelijk zijn geweest. Geen kunstvorm was in die tijd zo populair en invloedrijk als dans. Schilder- en beeldhouwkunst, muziek en poëzie en niet te vergeten de decoratieve kunst van de Art Nouveau putten zich uit in het weergeven van beroemde danseressen, dans in het algemeen of dans als ‘absoluut ritme’. Uiteindelijk smelten alle kunstvormen samen in het totaalkunstwerk van het Russisch Ballet.

Diepte! 3D en 4D in perspectief
Al eeuwen streven mensen en kunstenaars naar beheersing van perspectief, van illusies van diepte en beweging, naar overtuigende projecties van de derde dimensie op een tweedimensionaal vlak en van de vierde dimensie op een drie- of zelfs tweedimensionaal vlak. Nu brengt Albert Heijn de virtuele werkelijkheid voor een habbekrats thuis.
Een verhaal over lineair perspectief en anamorfosen in de renaissance, trompe l’oeuil-schilderingen in de barok, stereofoto’s, de Vierde Dimensie van Picasso tot Van Doesburg, driedimensionale film en virtuele werkelijkheid.
Al eeuwen streven kunstenaars naar perspectief, de illusie van diepte op het platte vlak. Denkt u aan muurschilderingen in Pompeii, in het Italië van de vroege renaissance en natuurlijk de uitzinnige plafonds van de barok, maar ook de 3D-films in de bioscopen van de jaren vijftig en nu en tot voor kort op tv. Kunstenaars die aan bod komen variëren van Paolo Uccello, Piero della Francesca, Parmigianino en Albrecht Dürer via Piranesi, William Hogarth en Karl Friedrich Schinkel tot Marcel Duchamp, Giorgio de Chirico, Antoine Pevsner, M.C. Escher, Salvador Dalí, Jan Dibbets, Sol Lewitt en Victor Vasarely.

  1. Axonometrisch en isometrisch perspectief
  2. Vogelperspectief en ruiterperspectief
  3. Lijnperspectief
  4. Anamorfosen
  5. Trompe-l’oeuil, onmogelijke objecten, 3D-printen
  6. atmosferisch perspectief, kleurperspectief
  7. Stereofotografie
  8. De vierde dimensie
  9. Panoramafilm, 3D-film, Imax
  10. Virtuele werkelijkheid, augmented reality

Lezingen repertoire 14 Kunst en geschiedenis


De Elgin Marbles: roof of bescherming?
Dit jaar is het twee eeuwen geleden dat Lord Elgin de bruut van de muren gehaalde reliëfs overdroeg aan het British Museum. In die tijd van neoclassicisme en enorm enthousiasme voor de Griekse oudheid struikelden archeologen en verzamelaars over elkaar in een meedogenloze jacht op de kunstschatten van de oudheid. De wederwaardigheden rond de Venus van Milo, de Nike van Samothrace en de Aegina-timpaansculpturen lezen als spannende jongensboekverhalen. Later in de eeuw wordt de wedijver voortgezet met de opgraving van Troje, Mycene, Knossos en Athene zelf. De controverse over het rechtmatig bezit van de Parthenon-sculpturen van het British Museum duurt tot op de dag van vandaag voort.

Kenau en de Tachtigjarige Oorlog – verhalen uit de vaderlandse geschiedenis
Het verhaal van Kenau Simonsdochter Hasselaar is slechts van de vele, vaak spectaculaire verhalen uit de Tachtigjarige Oorlog. Deze onafhankelijkheidsoorlog werd in de negentiende eeuw, nog voor de vestiging van het koninkrijk, gevierd als de grondvesting van de Nederlandse natie, geboren uit verzet tegen de buitenlandse, katholieke, feodale overheerser. Er bestonden dan ook meteen al liberale, nationale en protestantse visies op deze periode – de katholieke kwam later pas.
De legenden die rond deze oorlog werden opgediept en aangedikt, soms zelfs verzonnen, dienden om de Nederlanders een gemeenschappelijke geschiedenis te geven. Hoewel die verhalen op heel wat schilderijen werden uitgebeeld, kwam een Nederlandse historieschilderkunst niet zo van de grond als in de ons omringende landen en ook wat standbeelden en monumenten betreft hadden de Belgen er veel meer voor over. Toch wist, dankzij prenten, schoolplaten, liedjes en ‘historische schildergalerijen’ als die van Jacob de Vos en Arti et Amicitiae elke Nederlander wie Magdalena Moons, Adriaen van den Berg, Wigbolt Ripperda, Pieter van der Werff, Cornelis Joppenszoon en Gilles van Ledenbergh waren.
Voor de historische galerij die Jacob de Vos in zijn tuin aan de Herengracht liet oprichten schakelde hij liefst 70 schilders in, onder wie bekende als Jozef Israëls en Lourens Alma Tadema. Gerard Bilders, Andries Schelfhout en Charles Rochussen deden hetzelfde voor Arti et Amicitiae. En ook componisten deden een duit in het vaderlandse zakje, zoals de Piet Hein rapsodie van Peter van Anrooy.
In krap twee uur spijkert Michel Didier u bij over het turfschip van Breda, de slag bij Nieuwpoort, de inname van Den Briel, Leidens ontzet, de executie van Egmont en Horne, de heldendood van Reinier Claeszen, het stokje van Oldenbarnevelt, de boekenkist van Hugo de Groot… en natuurlijk Kenau.

Paleizen voor de vrede en de volkeren

In de nasleep van de internationale vrouwententoonstelling in Den Haag, in het kroningsjaar 1898, werd besloten, voornamelijk op initiatief van tsaar Nicolaas II, om een permanent hof van internationale arbitrage te stichten, eveneens in Den Haag, dat de wereldvrede zou garanderen. Met een gulle schenking van de Schots-Amerikaanse miljonair Andrew Carnegie kon een heus Vredespaleis gebouwd worden, waarvoor tal van landen kunstwerken schonken, doorgaans met vrede als onderwerp.
Dat hof verhinderde de Eerste Wereldoorlog niet, evenmin als de daarna gestichte Volkenbond de Tweede Wereldoorlog niet voorkwam, hoewel de bedoelingen even goed waren: door middel van continu overleg de landen afhouden van geweld. Ook voor het Paleis voor de Volkenbond in Genève werd kunst uit diverse landen ingezet voor de wereldvrede. En Carnegie zette zijn fortuin tevens in voor de broederschap tussen de volkeren, zoals met de stichting van een bibliotheek in het zwaar getroffen Reims.

Moderne kunstenaars en de Grote Oorlog
Het uitbreken van de eerste grote Europese oorlog in bijna een halve eeuw maakte veel patriottisch enthousiasme los, ook bij kunstenaars. Kubisten werden ingezet bij de camouflage. Maar al snel maakte dat plaats voor desillusie, pacifisme en zenuwinstortingen. De expressionisten Franz Marc en August Macke en de kubisten Raymond Duchamp-Villon en Henri Gaudier-Brzeska sneuvelden aan het Westfront, de futuristen Umberto Boccioni en Antonio Sant’Elia in Noord-Italië. Anderen keerden met ‘shellshock’ van het front terug, maar de meesten bleven getekend door de Grote Oorlog. Franse, Duitse, Engelse, Russische, Oostenrijkse, Italiaanse en Amerikaanse, maar ook Tsjechische, Letse, Hongaarse en Belgische kunstenaars gaven er in hun werk blijk van.
Vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vormden een aantal jonge kunstenaars in Londen een on-Britse variant op de continentale stijlen Kubisme en vooral Futurisme. De moderne tijd en met name beweging wilden zij in dynamische, pseudo-abstracte beelden en schilderijen uitdrukken. De Amerikaanse dichter Ezra Pound was de grote inspirator en bedacht de naam Vorticisme. Tijdens de oorlog namen de meesten dienst. Sommigen sneuvelden, anderen overleefden de slachting als ‘war artist’ en weer anderen bedachten de onwaarschijnlijke ‘dazzle’-techniek om schepen mee te camoufleren. Na het themanummer ‘de oorlog’ van hun tegendraadse tijdschrift ‘Blast’ viel de groep uit elkaar.

Kunst en revolutie
Frankrijk 1789, Mexico 1910, Rusland 1917, China 1949, Cuba 1959: vijf revoluties die niet alleen een stempel op het verloop van de geschiedenis drukten, maar ook een heilig vuur ontstaken in talloze kunstenaars, dichters en componisten. De sporen van deze revoluties zijn ver over de landsgrenzen te zien.

De kunstenaars van 1917: van Romanov tot revolutie
De Russische revoluties van 1917 vielen niet uit de lucht: ultramoderne kunstenaars waren al jaren bezig een artistiek kader te scheppen voor een politieke en maatschappelijke omwenteling. Onmiddellijk zetten ze zich dan ook in, eerst in februari en vervolgens in oktober, om de nieuwe maatschappij van de grond te krijgen. De onderlinge richtingenstrijd op haast leven en dood was uiteindelijk de grootste stap naar hun marginalisering en uiteindelijk onderwerping. Van futurisme, constructivisme en suprematisme naar socialistisch realisme.

Guernica: kunstenaars en de Spaanse Burgeroorlog
Het is dit jaar 80 jaar geleden dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak, de eerste oorlog die op het scherp van de ideologische snede werd uitgevochten: fascisten, socialisten, anarchisten, communisten, syndicalisten en monarchisten gingen elkaar te lijf in een bloedige oorlog waar zich nazi-Duitsland, fascistisch Italië en de Sovjet-Unie zich in mengden, maar ook duizenden ideologisch geïnspireerde jongeren uit democratische landen. Onder de achtergebleven sympathisanten bevonden zich vele kunstenaars, die voor het eerst een kans zagen om met geëngageerde kunst de publieke opinie te beïnvloeden, vooral in Engeland en Frankrijk. Behalve Spaanse kunstenaars als Picasso, Miró en Julio Gonzalez mengden ook Alexander Calder, Henry Moore en Barbara Hepworth in die strijd. Salvador Dalí bekende zich tot het andere kamp en sprak zijn bewondering uit voor Franco (en Hitler).

Monumenten van bevrijding: de verwerking van 40-45
In de ons omringende landen heeft elk dorp wel een imposant, sterk van artistieke kwaliteit wisselend monument voor de Eerste Wereldoorlog. Nederland haalde die achterstand na 1945 ruim in: gemeenten, bedrijven en instanties dienden vele honderden aanvragen in monumenten voor bezetting, vervolging, verzet en bevrijding. Een speciale commissie moest het esthetische gehalte bewaken. Zo hebben alle goede beeldhouwers hun sporen nagelaten op straten en pleinen, zowel abstract als figuratief. Toch zorgden vooral naakte beelden voor controverse. Een overzicht van de veelvormigheid van de belangrijkste groep monumenten in Nederland, die nog altijd niet is afgerond.

Luther 500 en de Oost-Duitse erfenis
De loopbaan van Maarten Luther speelde zich vrijwel geheel af op het grondgebied van de voormalige DDR. Deze socialistische staat zag zich opgezadeld met talloze monumenten en herdenkingsplekken voor de leider van de reformatie. Maar waar monumenten voor vorstelijke Oost-Duitsers werden verwijderd, vernietigd of op zijn minst ontheiligd, leidde Luthers nagedachtenis een gerespecteerd bestaan en werd hij zelfs herontdekt als revolutionair.

Rembrandt op muziek: het grootse Rembrandtjaar 1906
Rembrandt is vele malen herdacht, maar nooit zo groots en meeslepend als bij zijn 300e geboortejaar, in 1906. Schrijvers, componisten en kunstenaars werden ingezet bij het ontwerpen van optochten, monumenten, toneelvoorstellingen, tentoonstellingen en andere huldeblijken. Amsterdam en Leiden stonden geheel in het teken van de schilder. In Amsterdam werd het Rembrandthuis aangekocht en verbouwd tot huis-museum en Prins Hendrik opende de nieuwe Nachtwacht-uitbouw aan het Rijksmuseum.
Heel de Amsterdamse kunstwereld deed mee. In de Rembrandtcommissie zetelden onder anderen de kunstenaars Joseph Israels, Marius Bauer en George Breitner en de componist Alphons Diepenbrock. Theo Molkenboer ontwierp zes praalwagens voor de historische optocht, Marius Bauer de decors voor een toneelopvoering en Willem Retera een gedenksteen op ‘Rembrandts graf’ in de Westerkerk, waarvan de kroon meteen goudgeel werd geschilderd. ‘Ons vaderland is met recht trotsch op den erenaam: land van Rembrandt’, sprak koningin-moeder Emma volgens het Handelsblad bij de onthulling van het door Toon Dupuis gemaakte beeld in Leiden. Kritische noten kwamen uit socialistische hoek, met name van Albert Hahn, die vele wrange spotprenten wijdde aan het massaspektakel, waarbij hij twijfelde aan de oprechte artistieke belangstelling. Het enthousiasme bij het volk was er echter niet minder om.
Op de laatste dag werden de festiviteiten afgesloten met een galavoorstelling onder leiding van K.J.L. Alberdingh Thijm (Lodewijk van Deijssel) en Marius Bauer. Na wat eenakters vond er premières van alle belangrijke Nederlandse componisten: de Saskia-ouverture van Bernard Zweers, Hymne aan Rembrandt van Alphons Diepenbrock, de Rembrandt-symfonie van Cornelis Dopper en het toongedicht Saul en David van Johan Wagenaar. Jan Veth vertoonde dia’s van Rembrandts etsen en het Concertgebouworkest speelde er een compositie bij die Willem Mengelberg bij de etsen had gecomponeerd.

 

Lezingen repertoire 15 Oudheid

Het Griekse theater
Ook in de 21e eeuw leven wij met de erfenis vaan het Griekse theater, dat een kleine drie millennia geleden ontstond uit een rondreizende toneelgroep. De toneelcultuur die hieruit voortkwam, heeft de Europese beschaving in hoge mate gevormd. Zo hebben we de satire te danken aan de saterspelen en proloog, bedrijven en epiloog aan Euripides, maar ook zouden Vondel en Shakespeare er niet zijn geweest zonder Sophocles, Aristophanes en Aischylos.

Kunsthistoricus Michel Didier gaat zowel in op de Griekse theaters, zoals bewaard in Epidauros, in Klein-Azië en op Sicilië en de verschillen met de Romeinse theaters, als op ontstaan en ontwikkeling van het Griekse toneel en de grote toneelschrijvers.

Het Rome van Augustus en Mecenas
Hij ‘kreeg een Rome van baksteen, en liet een marmeren Rome na’. Ook bloeiden de kunsten aan zijn hof, met name dankzij de bemoeienissen van zijn minister Maecenas, naar wie de kunstbevordering is genoemd. Vergilius schreef de Aeneïs voor Augustus, Horatius, Ovidius en Vitruvius droegen werken aan hem op. Beroemde kunstwerken als de Ara Pacis, het mausoleum van Augustus, de Augustus van Primaporta en de Gemma Augustea zijn gemaakt als versteviging van Augustus’ machtspositie en dus staatspropaganda, maar vertegenwoordigen tegelijk het eerste classicisme, de terugkeer naar de vormen en waarden van de Grieken. Mecenas was keizer Augustus’ minister van cultuur, een rijke Romein die dichters om zich heen verzamelde of het zeldzame postzegels waren.

Het Rome van keizer Constantijn
Onder keizer Constantijn ging het Romeinse rijk over tot het christendom: een van de doorslaggevendste historische en culturele feiten van de wereldbeschaving. Het spannende verhaal van die overgang, tegen het luisterrijke decor van het keizerlijke Rome, is verteld door vele beroemde kunstenaars: hoe Constantijns moeder persoonlijk naar het Heilige Land ging en daar het begraven kruis ontdekte en hoe Constantijn het nieuwe geloof omarmde na zijn belangrijkste veldslag (Voorafgaand aan de slag zou Constantijn een bijzondere droom gehad hebben waarin een hogere macht hem maande op de schilden van zijn soldaten het teken van Christus aan te brengen met de woorden In hoc signo vinces (in dit teken zult ge overwinnen), meesterlijk verbeeld door onder anderen Piero della Francesca in zijn schitterende frescocyclus in Arezzo, in de twintigste eeuw op muziek gezet door de Tsjechische componist Bohuslav Martinu.

Het Rome van keizer Nero
De beruchte keizer Nero is slechts bekend door zijn wreedheden, decadentie, zelfoverschatting, uitspattingen en de brand van Rome. Inmiddels is hij aan een herwaardering toe die het door zijn vijanden geschapen beeld corrigeert.

Lezingen repertoire 16 Middeleeuwen

Jan van Eyck en het Bourgondische hof
Jan van Eyck, de Gentse ‘herontdekker’ van de olieverfschilderkunst, werkte voor het Bourgondische hof, dat in de vijftiende eeuw een Gouden Tijdperk beleefde. Voor Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Jan de Goede, Karel de Stoute en Maria de Rijke werkten tal van kunstenaars die we rekenen tot de ‘Vlaamse Primitieven’, de Renaissance van het Noorden, van Rogier van der Weyden tot Hans Memling. Maar ook muziek genoot aan het praalzieke hof een bijzondere belangstelling: Gilles Binchois, Robert Morton, Guillaume Dufay en Antoine Busnois genoten internationaal veel aanzien.

Sicilië: smeltkroes van culturen
Van alle cultuurgebieden van Europa heeft er geen zo’n diversiteit aan culturen ondergaan en opgeleverd als Sicilië: het was de belangrijkste Griekse kolonie, na de Romeinse overheersing bezetten de Byzantijnen het, vervolgens vestigden er zich de Arabieren en in de elfde eeuw kwamen de inmiddels christelijk geworden Vikingen uit Normandië. Daarna kwamen de Spanjaarden en in de negentiende eeuw begon hier Garibaldi’s zegetocht voor de Italiaanse eenwording. Nergens anders hebben alle culturen van de Mediterranée zozeer hun sporen nagelaten: Griekse tempels en Romeinse steden staan er nog steeds naast Arabische paleizen en Romaanse kathedralen; Staufische burchten en barokke pleinen naast Spaanse kazernes en de monumenten van de Italiaanse eenheid. Als het grote kruispunt van de Middellandse Zee is Sicilië altijd door vreemde machten «begeerd en bevochten», vanuit alle windstreken steeds weer gekoloniseerd en veroverd. Achtentwintig eeuwen lang heeft het eiland, strategisch gelegen in het hart van de Middellandse Zee, als stille getuige van de wereldgeschiedenis al die invloeden in zich opgenomen. Het resultaat is een unieke smeltkroes van culturen, die ook nu nog het leven op Sicilië bepaalt.

Lezingen repertoire 17 Renaissance

Hofcultuur in Noord-Italië
kunst, architectuur en muziek van de renaissance

De Renaissance van de oudheid in Italië speelde zich het eerst af aan de kleine vorstenhoven in Noord-Italië, waar huurlingenleiders markies of hertog waren. Zij omringden zich met humanistische schrijvers, dichters, kunstenaars, architecten en componisten die de Romeinse tijd wilden verzoenen met de christelijke samenleving. Een uniek overzicht van de nieuwe schilderkunst, sculptuur, muziek en architectuur van de vijftiende en zestiende eeuw.

  1. Het Ferrara van de hertogen d’Este: van Pisanello tot Ariosto en van Jacob Obrecht tot Torquato Tasso
    2. Het Urbino van de Montefeltro’s: van Piero della Francesca tot Rafaël en van Bramante tot Titiaan
    3. Het Mantua van de Gonzaga’s: van Mantegna tot Rubens en van Correggio tot Monteverdi
    4. Het Florence van de Medici’s: van Donatello tot Michelangelo en van Botticelli tot Bronzino
    5. Het Milaan van de Sforza’s: van Filarete tot Bramante en van Leonardo tot de Certosa in Pavia

Rafaël – de legende

Een van de meest gewaardeerde kunstenaars van de Hoge Renaissance in Italië was Rafaël. In zekere zin een adept van Leonardo da Vinci, vond hij zijn eigen weg en roem in Rome, waar hij vele grote opdrachten kreeg, vooral van het hof van paus Leo XIII. In het Vaticaan schilderde hij met talloze assistenten de pauselijke verblijven vol met fresco’s. De relatie met zijn befaamde model La Fornarina was al even legendarisch.

Het Hollands maniërisme
Maniërisme is een term die lange tijd de voornaamste aanduiding is geweest voor de stijl van Italiaanse of Italiaans geïnspireerde kunst vanaf circa 1525 tot ongeveer 1580. De schilder en biograaf Giorgio Vasari gebruikt maniera in zijn ‘De Levens’ als ‘stijl’; iemands maniera is zijn persoonlijke artistieke stijl, maar tegelijkertijd ook stijl in de zin van gratie en elegantie.
Kenmerkend voor de stijl is het lenen van poses en technieken van de grote voorbeelden Michelangelo en Rafael, alsook een neiging tot onwerkelijke weergave van lichamen, ruimten en perspectief. De ‘figura serpentinata’ is een goed voorbeeld van beide aspecten: kunstenaars maakten veelvuldig gebruik van lichamen in een zeer onnatuurlijk aandoende, gedraaide pose.
In 1585 begon het Hollandse maniërisme in Haarlem. Dit late Maniërisme werd indirect in gang gezet door Bartholomaeus Spranger, die omstreeks 1570 in Rome de Toscaanse Maniëristische schilders had gezien. Hij ontwikkelde een persoonlijke variant die uiterst virtuoos en gekunsteld was. Via Carel van Mander bereikte deze stijl Haarlemse schilders als Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz van Haarlem. In Utrecht ontstond een tweede school met Joachim Wttewael , Paulus Moreelse en Abraham Bloemaert. Kenmerkend voor hun schilderijen zijn de virtuoos geschilderde naakten, die in soms wonderlijk verwrongen houdingen blijk geven van grote elasticiteit.

1514: Melencolia I – het humeur van Albrecht Dürer
Albrecht Dürer (Neurenberg 1471-1528) was niet alleen schilder, tekenaar en graficus, maar ook architect, meetkundige, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance. De opkomst van de prentdrukkunst, die parallel loopt aan de ontwikkeling van de boekdrukkunst, maakte van Albrecht Dürer de populairste en invloedrijkste Noord-Europese kunstenaar uit deze periode. Zijn atelier specialiseerde zich in druktechnieken. Met name de kopergravure maakte een grote oplage mogelijk.
Dürer werd geboren in Neurenberg als de derde zoon van een Hongaarse goudsmid (Ajtósi = Thürer = deurmaker). In 1485 ging hij in de leer bij zijn vader. Het oudst bekende werk van Dürer is echter geen edelsmeedkunst maar een zelfportret uit 1484. Toen zijn talent voor tekenen evident werd, deed zijn vader hem in 1484 in de leer bij de schilder en boekillustrator Michael Wolgemuth, waar hij onder andere houtgravuretechnieken leerde. Na zijn gezellentijd ondernam Dürer reizen naar onder andere de Nederlanden (1520-21), Zwitserland en Italië. Dürer was een van de eerste Noord-Europese kunstenaars die de sfeer van de Italiaanse renaissance tijdens een verblijf in Italië onderging. De belangrijkste invloeden op zijn werk zijn die van Mantegna en Pollaiuolo geweest, later kwam hij onder invloed te staan van de Venetiaan Giovanni Bellini. Niet alleen door de toepassing van het centraal perspectief, schildertechniek maar ook filosofisch-cultureel is Dürer voor de Noord-Europese kunst een doorbraak. Voor het eerst heeft een Noorderling, doordrenkt door het Italiaanse humanisme van Michelangelo en Dante, de moed zichzelf in een frontale zelfverzekerde pose op een doek te plaatsen. Dürer was ook de allereerste kunstenaar die zijn werk systematisch van een monogram voorzag; een keurmerk dat al snel werd nagedaan.
Een van Dürers bekendste prenten is Melencolia I, die een visie geeft op de melancholie. De Romeinse I slaat waarschijnlijk op een type zwartgalligheid, volgens de indeling in drie types door de Duitse humanist Cornelius Agrippa. Bij type I, Melencholia Imaginativa, waar kunstenaars aan zouden lijden, heeft verbeelding de overhand op verstand.
Volgens de oude Grieken werd de gemoedstoestand van mensen bepaald door het (on)evenwicht tussen vier lichaamssappen of, in het Latijn, humores: bloed (Grieks haima, Latijn sanguis), gele gal (Grieks xanthè cholè), zwarte gal (Grieks melaina cholè) en slijm (Grieks phlegma).
Al naargelang de overheersende humor, werden mensen grofweg ingedeeld in vier temperamenten. Ook aandoeningen werden toegeschreven aan een teveel of tekort aan bepaalde sappen.
Het idee van de vier sappen werd door Hippocrates ontwikkeld, en door Galenus verder uitgebouwd. Het bleef overeind tijdens de gehele middeleeuwen en lang daarna, en werd pas halverwege de negentiende eeuw definitief weerlegd.
Centraal in het denken van Galenus stond Hippocrates’ theorie dat het menselijk lichaam gevuld is met vier lichaamssappen of humores en dat elk sap een bepaald temperament vertegenwoordigt. Onbalans in hoeveelheden van een of meer van deze sappen zou ziekte en andere stoornissen veroorzaken. Zo’n gebrek aan evenwicht werd behandeld door middel van een dieet. Nieuw was dat Galenus deze sappen koppelde aan vier grondkwaliteiten: warm, koud, vochtig en droog:
Slijm: koud en vochtig
Bloed: warm en vochtig
Gele gal: warm en droog
Zwarte gal: koud en droog
Vurige, energieke mensen werden verondersteld een overheersende hoeveelheid bloed te hebben, en werden sanguïnisch genoemd. Het cholerische type werd verondersteld snel kwaad te worden als gevolg van een teveel aan gele gal. Een teveel aan zwarte gal werd verondersteld neerslachtigheid, introversie en depressies te veroorzaken. Nog steeds worden neerslachtige stemmingen aangeduid met de termen melancholie en zwartgalligheid. Flegmatici, mensen met veel slijm in hun lichaam, waren vooral kalm en weinig emotioneel.
Veel ziektes werden toegeschreven aan een teveel van een van de vier sappen. Als gevolg hiervan werd de remedie van zulke kwalen gezocht in het verwijderen van dit overschot, bijvoorbeeld door aderlaten (bij een teveel aan bloed).
El Greco
In 2014 was het vier eeuwen geleden dat de Griekse kunstenaar Domenikos Theotokopoulos overleed. Na een opleiding op Kreta, dat toen onder Venetiaans gezag viel, emigreerde hij naar Italië, waar hij ‘de Griek’ (il Greco) werd genoemd. Na zich in Venetië en Rome de Italiaanse renaissance en Maniërisme eigen te hebben gemaakt, verhuisde hij in 1577 naar Spanje, waar hij de basis legde voor de gouden eeuw van de Spaanse schilderkunst. Zijn dramatische, expressieve mengeling van Byzantijnse en Italiaanse kunst vond echter de meeste waardering begin twintigste eeuw, toen expressionisten en Picasso er hun voordeel mee deden.

Lezingen repertoire 18 Barok

Het Hollandse zelfportret
In de Nederlandse zeventiende eeuw zijn naar schatting twee miljoen schilderijen gemaakt, waarvan het grootste deel verloren is gegaan. Er waren tienduizenden schilders actief en velen daarvan maakten zelfportretten. Niet uit ijdelheid, al waren sommige wel voor de verkoop bestemd, maar gewoonlijk als studiemateriaal, om belichting, uitdrukkingen en perspectief te bestuderen. Met de Romantiek en het bijbehorende concept van het gekwelde genie krijgt het zelfportret een andere lading: een kunstenaar laat zijn maatschappelijke positie zien (armoede, bohème), zijn missie (als verlosser of psycholoog) of zijn mentale staat (genie op de rand van de waanzin). Nederlandse zelfportretten vanaf de zestiende eeuw.

Lezingen repertoire 19 Romantiek

Goya en de hertogin van Alba
Rond 1796 had Goya een relatie met de steenrijke, bloedmooie en excentrieke hertogin van Alba, de voornaamste rivale van kongin Maria Luisa van Parma. In welke hoeveelheid die relatie is geconsumeerd is onduidelijk, maar hoe meer zij haar belangstelling voor de schilder verloor, hoe heviger hij geobsedeerd raakte. Hij legde haar ontelbare malen vast, in portretten ten voeten uit, in tekeningen van huiselijke scènes en in vlijmscherpe etsen in de beroemde satirische serie Los Caprichos. Volgens de overlevering lag zij zelfs model voor de naakte en de geklede maja, maar dat lijkt zeer onwaarschijnlijk…

Het vlees, de dood en de duivel: De zwarte kant van de romantiek in kunst, muziek en literatuur
Van Goya, Dadd, Delacroix en Nerval tot Swinburne, Schubert, Liszt, Paganini, Géricault en Victor Hugo. Eros en Thanatos, paranoia en schizofrenie, waanzin en zelfmoord

De Romantiek in Nederland
De Romantiek, een stroming die zich tussen 1800 en 1850 afspeelde in heel Europa, is bekend van internationaal geroemde schilders als Goya, Turner en Delacroix. In Nederland is de Romantiek niet alleen minder bekend en bemind dan andere stromingen, ook is de Hollandse bijdrage aan de Romantiek miskend in eigen land. Dat is vreemd, want werken van meesters als Barend Koekkoek en Andreas Schelfhout brengen hoge veilingprijzen op en worden in het buitenland driftig verzameld.
Nederland werd in 1815 een koninkrijk, voor het eerst in de geschiedenis. Onder andere met schilderkunst moesten de Nederlanders worden overtuigd van hun gemeenschappelijke verleden, heden en toekomst onder de Oranjes. Openbare monumenten droegen ook het nodige daaraan bij, wat na 1830 flink aan betekenis won. Want na amper vijftien jaar scheidde de helft van het nieuwbakken koninkrijk zich alweer af en er ontstond een verbeten ‘monumentenstrijd’ tussen Nederland en België, aangevoerd door twee vorsten die elkaar niet konden luchten. Nederland werd minder vol gezet met bronzen standbeelden dan in België het geval was, maar toch werden de Nederlanders overtuigd van de burgerdeugden en het heldendom van grote mannen als Michiel de Ruyter, Willem de Zwijger, Vondel, Laurens Janszoon Coster en vooral Rembrandt. Want de Romantiek betekende voor Nederland vooral een krachtige poging de Gouden Eeuw te doen herleven.

Turner – de moderne wereld en het romantische landschap
J.M.W. Turner was niet alleen de bekendste landschapsschilder van de negentiende eeuw, geroemd door vooral moderne Franse schilders als de Impressionisten, hij gaf eveneens jarenlang les aan de Royal Academy, waar hij Goethes kleurenleer combineerde met zijn eigen romantische visie op het landschap: de wereld is ooit in vier elementen uiteengevallen en streeft naar de oorspronkelijke eenheid. In zijn schilderijen is deze monistische visie steeds sterker waarneembaar: aarde, water, lucht en vuur lossen op in een uniforme verfmassa. Vuur wordt meestal voorgesteld door de zon, maar ook door vuur uit machines, waarmee de moderne wereld de natuur evenaart: stoom uit stoomschepen en stoomtreinen gaan gelijk op met de wolken. Ook de grote brand van het parlementsgebouw in Westminster was een aanleiding voor een compacte massa, vuur, rook, rivier en brug.
Als een typisch Romantisch kunstenaar liet Turner zich inspireren door de literatuur, zoals Byron en Scott, maar ook door de politieke gebeurtenissen van zijn tijd: de Franse revolutie, Napoleons veldtocht naar Rusland, de kroning van George IV en de Griekse onafhankelijkheidsoorlog. Hij legde zowel het verdwijnende Engelse landschap met de middeleeuwse ruïnes als het dode Venetië, bevolkt met spookachtige gestalten uit een andere wereld.
Turners grootste inspiratiebron was, naast de zeventiende-eeuwse Nederlandse landschapsschilders, het Eeuwige Gouden Licht op de fantasiehavengezichten van Claude le Lorrain. Twee van zijn schilderijen liet hij na aan de inmiddels gevormde National Gallery, op voorwaarde dat ze naast een geliefd schilderij van Claude kwamen te hangen.