[pl_wp_title pagelayer-id="xjw1191" site_name="Academy" site_title_state="normal" text-align="left" site_title_style="Muli,30,,600,,,Solid,,Uppercase,," title_color="#ffffffff" title_padding="0,0,0,0"] [/pl_wp_title]
[pl_wp_menu pagelayer-id="mxz8166" nav_list="160" align="right" layout="horizontal" pointer="" m_animation="slide" list_style="none" submenu_ind="caret-down" menu_bg_color_hover="" menu_bg_color_active="" horizontal_padding="23" vertical_padding="10" submenu_color="#ffffff" submenu_bg_color="#0986c0" submenu_horizontal_padding="10" submenu_vertical_padding="10" submenu_left_margin="10" menu_toggle_align="center" menu_toggle_bg_color="#6200eaff" menu_toggle_size="30" slide_style="pagelayer-wp_menu-right" menu_width="30" menu_items_width="100" menu_posy="8" menu_bg="color" close_size="25" close_padding="8" close_color="#ffffff68" close_bg_color="#00000036" close_hover_delay="600" close_color_hover="#ffffff" close_bg_color_hover="#000000" submenu_position="left" menu_items_bg="#000000ff" menu_color="#ffffffff" menu_typo="Noto Sans,14,,600,,,Solid,,Uppercase,," menu_color_hover="#6200eaff" drop_breakpoint="tablet" menu_toggle_align_tablet="right" menu_toggle_color="#ffffffff" menu_toggle_size_tablet="20" menu_toggle_padding_tablet="10" menu_posy_tablet="5" vertical_padding_tablet="14" ele_css="{{element}} .pagelayer-wp_menu-ul .menu-item a { justify-content: center; }" align_mobile="center" menu_toggle_align_mobile="right" menu_toggle_size_mobile="20" menu_toggle_padding_mobile="10" menu_width_mobile="50" menu_colors="active" menu_color_active="#6200eaff"] [/pl_wp_menu]

Cursus kunstgeschiedenis Amsterdam
september 2022

16/9 Abstract en figuratief in Engeland: Barbara Hepworth en Henry Moore
(Museum Belvédère-Oranjewoud; Rijksmuseumtuinen; Museum Beelden aan Zee)
De twee belangrijkste Engelse beeldhouwers van de twintigste eeuw waren ook twee van de belangrijkste én populairste moderne beeldhouwers. Hoewel ze vriendschappelijk met elkaar omgingen, waren ze ook elkaars concurrenten, wat ontaardde in ruzie over wie nu als eerste op het idee kwam een gat in een beeld te maken.
Na de Tweede Wereldoorlog werden hun beelden overal geplaatst, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar in tal van landen, vooral bij internationale organisaties als de VN en de Unesco, maar ook bij nieuwe gebouwen in Duitsland. En in het beeldenpark Kröller-Müller.

23/9 Breitner & Co.: De Tachtigers
Breitner(Door het oog van Jan Veth, Dordrecht 17/4- 9/10)
In de negentiende eeuw was Den Haag de toonaangevende cultuurstad van Nederland, maar dat veranderde meteen en voorgoed nadat de schilders Isaac Israëls en George Breitner naar Amsterdam verhuisden om het moderne leven vast te leggen: de oplevende economie zorgde vooral in de hoofdstad voor grootschalige werkzaamheden met sloop, bouwputten en nieuwbouw, maar tevens voor moderniteiten als verlichte etalages, warenhuizen met modistes, een chic uitgaansleven met concerten en theater en de keerzijde van het grotestadsbestaan: waspitten, prostituees en dagloners. Bij deze Haagse schilders voegden zich Amsterdamse als Eduard Karsen, Willem Witsen en Jan Veth, en een gezelschap jonge dichters die het belerende van de dominee-dichters inruilden voor l'art pour l'art-verzen: Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden, Hein Boeken en Albert Verwey.

30/9 Project Nachtwacht – het bekendste Nederlandse kunstwerk
Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw geldt De Nachtwacht als het belangrijkste schilderij uit de Gouden Eeuw, ja uit de hele Nederlandse geschiedenis. Pierre Cuypers ontwierp zijn Rijksmuseum uit 1885 zelfs helemaal rond dit schuttersstuk. Daarna is er nog eindeloos mee gesold: in 1906 kwam er een speciale uitbouw, zodat het zuiderlicht zou ontvangen; in 1911, 1975 en 1991 is het aangevallen en beschadigd; in 1939 werd het in veiligheid gebracht in kasteel Radboud, vervolgens in de duinen en tenslotte in de mergelgrotten. Momenteel vindt er de omvangrijkste hersteloperatie ooit plaats, wat we kunnen volgen in de Nachtwachtzaal.
Maar de ontstaansgeschiedenis is minstens zo interessant: met zeven andere doeken werd het besteld voor een nieuwe banketzaal van de kloveniers, naar aanleiding van een bezoek van Maria de' Medici aan Amsterdam.

7/10 Kunst en techniek van de weergave: Het oog van David Hockney
(Teylers Museum 23/9)
Bij de lancering van de Pop Art in het Engeland van de jaren vijftig was David Hockney de jongste, maar ook een van de begaafdste. In de jaren zestig trok hij naar het zonnige Californië en daar was hij een van de eerste prominenten die zich onbekommerd homoseksueel manifesteerden, ook met zijn zwembadschilderijen. Nu hij hoogbejaard is, doet hij weer van zich spreken met een min of meer nieuwe theorie over perspectiefwerking: na langdurig onderzoek stelde hij dat het alsmaar perfecter realisme in de schilderkunst eenvoudigweg met behulp van optische instrumenten moet zijn gebeurd. Befaamde schilders als Vermeer en Ingres hebben de camera obscura of de camera lucida gehanteerd.

14/10 Tussen 19e en 20e eeuw: Gustav Klimt
(Van Gogh Museum 7/10)
Een van de populairste kunstenaars uit de moderne geschiedenis is momenteel wel de Oostenrijker Gustav Klimt, die rond 1900 als geen ander het verval en de decadentie van de Habsburgse monarchie weergaf, maar tegelijk de schittering en glamour van Wenen. In de eerste plaats met portretten van de vooral Joodse bourgeoisie: de dames die 's morgens bij Freud op de bank lagen, 's middags voor Klimt poseerden en 's avonds salon hielden voor de kleine maar roemruchte avant-garde.

28/10 Tragische held van 15e-eeuws Vlaanderen: Hugo van der Goes
(Brugge 28/10- 5/2)
Begin vijftiende eeuw begonnen Vlaamse schilders voor het eerst met olieverf te schilderen, wat een enorm veel realistischer stofuitdrukking mogelijk maakte. Jan van Eyck, Rogier van der Weyden en een trits anderen gebruikten dat realisme vooral voor portretten van de nieuwe koopmansklasse in Brugge en Gent, maar ook voor altaarstukken in de kerken, gefinancierd door diezelfde burgers. Hugo van der Goes (ca. 1440-82) was de belangrijkste Vlaamse kunstenaar uit de tweede helft van de 15e eeuw. Actief in Gent en Brussel behoorde hij tot de nieuwe generatie Vlaamse Primitieven die de pioniers Jan van Eyck en Rogier van der Weyden opvolgde. Zijn werken werden zeer bewonderd door tijdgenoten en vele malen gekopieerd tot in de 17e eeuw. Zelfs Albrecht Dürer noemde hem, zoals heel weinig andere kunstenaars, een ‘grote meester’. In 1476 begon hij aan het ambitieuze Portinari-altaar. Vlak na de voltooiing trok hij zich ineens terug als broeder in een klooster bij Brussel. Hij zou lijden aan depressies en aan een ernstige vorm van melancholie. Met muziek probeerden de broeders hem bij zinnen te brengen, maar na korte tijd stierf hij. Vier eeuwen later werd hij de legende.

4/11 Amerikaanse miljonairs en Europese kunst
(Frick Collectie, Mauritshuis 29/9– 15/1)
Eind negentiende eeuw werden zeer veel Amerikanen immens rijk met staal, spoorwegen of banken. Eenmaal miljonair spiegelen velen zich aan de Europese adel door landhuizen in de stijl van Franse kastelen te laten bouwen en die vol te stouwen met Italiaanse kunstschatten. Pas begin twintigste eeuw ziet een aantal van hen in dat ze hun fortuin ook ten goede kunnen laten komen aan de mensheid. Zo sticht Andrew Carnegie overal bibliotheken, sticht Abbey Rockefeller het Museum of Modern Art en anderen universiteiten. Sommigen gaan gericht Europese meesterwerken verzamelen om aan musea te schenken, zoals Andrew Mellon, anderen laten hun huis met collectie na als museum, zoals Henry Frick en Isabella Stewart Gardner.

11/11 Op Art en Pop Art 1968-72-76:
Olympische Spelen Mexico-München-Montréal
Van 1912 tot 1948 waren de kunsten onderdeel van de Olympische Spelen: er werden medailles voor uitgereikt. Daarna wordt kunst geïntegreerd in de spelen zelf, vooral in de vormgeving. Tijdens de drie 'M-spelen' (Mexico 1968, München 1972 en Montréal 1976) bereikte die ontwikkeling een historisch hoogtepunt, omdat de eigentijdse stijlen Op Art en Pop Art werden gebruikte om de spelen vorm te geven. Kunstenaars van over de hele wereld werden op grote schaal ingezet voor zogeheten kunstaffiches. Tegelijk waren dit jaren van fel politiek activisme, waar alle drie de spelen op verschillende manieren onder leden.

18/11 Geboetseerde architectuur: de Amsterdamse School
Vlak voor de Eerste Wereldoorlog ontstond in Europa een nieuwe architectuur en vormgeving, vooral als reactie op de uitgebloeide Art Nouveau en op de zakelijke vorm van de nieuwe, 'moderne eeuw'. In Frankriijk wred dat achteraf Art Déco genoemd, in Duitsland heette het Expressionisme, in Praag Kubisme en in Nederland de Amsterdamse School: uitbundig gevormde en versierde gebouwen, door jonge architecten die zich kunstenaar voelden en hun fantasie de vrije loop lieten, geïnspireerd door zowel boerderijen als batakhuizen. Joan Melchior van der Meij, Pieter Lodewijk kramer en Michel de Klerk gebruikten gebogen bakstenen, dakpannen, glas-in-lood, zink, smeedijzer en hout om van volkswoningbouw volwaardige woonpaleizen te maken, afgewerkt door beeldhouwers en sierkunstenaars. Binnen de kortste keren omarmden de gemeentelijke woningdienst en de Dienst Publieke Werken de stijl en werd álles in Amsterdam opgetrokken in een stijl die expressionistisch begon en decoratief eindigde.

25/11 Tussen Jugendstil en Bauhaus: het hemelse Hagen
(100 jaar Folkwang Museum)
Kort voor 1900 erfde een filosofiestudent een enorm vermogen van zijn grootouders. Hij besloot er een geologisch museum mee te stichten in zijn woonplaats Hagen, een slaapstadje aan de rand van het Ruhrgebied. Na een ontmoeting met de zeer ambitieuze, Brusselse Art Nouveau-architect Henry van de Velde gooide hij het roer radicaal om: Hagen moest een ideale stad worden, welvarend en kunstzinnig, en daartoe verzamelde hij alleen nog moderne Franse kunst voor zijn 'Folkwang-Museum', stichtte hij kunst- en kunstnijverheidsscholen, nodigde daartoe binnen- en buitenlandse kunstenaars uit en liet hij de Nederlandse theosoof Matthieu Lauweriks een kunstenaarsdorp bouwen op een heuvel buiten de stad. Voor zichzelf liet hij Van de Velde een reusachtige villa bouwen, met kunstwerken van Ferdinand Hodler, Henri Matisse en Johan Thorn Prikker, die ook glasramen ontwierp voor het nieuwe station. Peter Behrens bouwde een crematorium. Helaas vond de jonge Karl Ernst Osthaus een vroege dood en daarmee zijn nog onvoltooide ideaal. De kapitale collectie werd precies honderd jaar geleden aangekocht door een groep staalmagnaten uit Essen, die er een nieuw Folkwang Museum mee stichtten.

donderdagavond online, van 20.00 tot 22.00
vrijdagmorgen in MFC de Binnenhof, A.J. Ernststraat 112, van 9.30 tot 11.30
vrijdagmiddag in het Plein van Siena, Rijnstraat 109, van 12.15 tot 14.15

Voor tien colleges betaalt u € 125,- tevoren over te maken op NL67 INGB 0003951370,
ten name van M. Didier, graag met vermelding van de gekozen (hoofd)locatie.

Een halve cursus volgen kan ook: voor 5 lessen betaalt u dan 80 euro. Wel graag aangeven welke lessen u precies wilt volgen. Een losse lezing kunt u voor 20 euro bijwonen, maar ook dan moet u zich van tevoren aanmelden.

U kunt zich inschrijven voor de cursus door een mail te sturen per contactformulier

Een voorbeeld van een online-college vindt u hier. (Vrouwen in Pop Art)
Een voorbeeld van een college, maar dan vooraf opgenomen, vindt u hier. (Fluxus)

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column]